Tineke toont trots het schermpje van haar telelenscamera, waarop haarscherp een klein vogeltje te zien is. “Kijk, deze foto hebben we net voordat je aanbelde in onze tuin geschoten. Het vrouwtje van de zwartkop met een rups in de bek, vlak voor onze neus!”

Wie het huis binnen komt van Tineke (68) en Wil (79) de Jong krijgt een kijkje in de ziel van het stel. Natuur is een onlosmakelijk onderdeel van hun leven. De voor- en achtertuin is vol weelderig groen en ook binnen in de serre loopt de vijver gewoon door. “Toen we de serre wilden bouwen, hadden we drie vijverbakken. We hebben de serre gewoon over een van de bakken heen gebouwd”, vertelt Tineke. “In de tijd dat Wil nog piano speelde, zongen de kikkers hier binnen vrolijk mee.”

 

Natuur en cultuur

Bij Tineke en Wil gaat de passie voor natuur verder dan liefhebberij. Ze hebben zich sinds hun komst naar Maastricht, inmiddels dertig jaar geleden, zeer actief ingezet voor hun omgeving. Bij Wil begon dit eigenlijk bij de fascinatie voor het erfgoed. “Ik heb me, net als mijn vader, altijd geïnteresseerd voor monumenten. Vooral in mijn geboorteplaats Amsterdam genoot ik van de historische gebouwen.” 

Toen hij samen met Tineke in Maastricht terechtkwam, hadden de vestingwerken voor hem direct een aantrekkingskracht. Hij is zelfs voorzitter geweest van Stichting Maastricht Vestingstad. “Bij mijn aanstelling ben ik wel stevig getoetst. Niet alleen omdat ik ‘Hollander’ was, maar vooral ook omdat ze wisten dat Tineke nogal van het groen was. Planten vond men maar een bedreiging voor de eeuwenoude muren. Ik ben er nog steeds trots op dat ik sceptici heb laten inzien dat het juist een meerwaarde is als er bijzondere vegetatie op de vestingmuren groeit. Natuurlijk moet je de muren beschermen tegen woekerplanten die de voegen aantasten, maar de bijzondere planten maken het totaalbeeld en de beleving voor mensen alleen maar waardevoller.”

“In onze optiek kan natuur niet zonder cultuur en andersom”, vult Tineke haar man aan. “We zien regelmatig dat dit niet voor iedereen geldt, maar wij vinden juist de verbindingen interessant. Projecten die uit een samenwerking ontstaan, geven mij het meeste energie.” 

“Ik ben er trots op dat ik sceptici heb laten inzien dat het een meerwaarde is als oude vestingmuren begroeid zijn met bijzondere vegetatie.”

"Vrijwilligerswerk maakt je minder kwetsbaar in het leven."

— Tineke de Jong

Het begin van CNME

Het ontstaan van CNME is voor hen een voorbeeld hoe samenwerking leidt tot een concreet resultaat. Wil is begin jaren negentig een van de trekkers om CNME van de grond te krijgen. Meer groen in de stad en een verbetering van natuur en natuureducatie zijn de uitgangspunten. Vrijwilligers, beroeps, maar ook politici geven samen vorm aan dat wat nu CNME is. “De stichting is opgezet als een publiek-private samenwerking. Iets waar ik trots op ben, maar wat inmiddels vanwege de aanbestedingsregels helaas ook weer is losgelaten”, vertelt Wil. 

Rijker als vrijwilliger

Tineke vindt het belangrijk dat je als vrijwilliger van grote invloed kunt zijn en echt iets kunt veranderen in je directe omgeving. “Bovendien maakt het je minder kwetsbaar. Toen ik achttien jaar geleden werd ontslagen bij Philips, wilde ik graag weer aan de slag, maar dat lukte niet direct. Vanuit mijn ervaring als vrijwilliger bij IVN had ik een deskundigheid op het gebied van natuur en educatie, waardoor ik op projectbasis opdrachten kon uitvoeren voor onder meer CNME en provincie. Een paar jaar later ben ik op mijn 53e nog biologie gaan studeren. Tijdens die studie kreeg ik dankzij mijn vrijwilligerservaring verschillende vrijstellingen en vervolgens heb ik nog vijf jaar als docent lesgegeven.”

Het enthousiasme over de natuur delen ze ook als trotse opa en oma. “Onze ‘kleindochter’ van veertien heeft geloof ik wel onze genen. Als zevenjarige vertelde ze anderen al precies wat welk diertje was”, vertelt Wil, terwijl Tineke komt aanlopen met een blikken pennenbakje met mooi gesorteerde schelpjes en haaientanden. “Deze heeft ze gevonden op het strand bij Cadzand. Daar is ze uren aan het zoeken geweest. Ze heeft wel samen met haar moeder negentig haaientanden gevonden! En deze paar mocht oma hebben.” 

Onophoudelijke passie

Tineke is in 2010 koninklijk onderscheiden vanwege haar inzet voor met name de Limburgse natuur. Ze is momenteel vicevoorzitter van het districtsbestuur van IVN Limburg. Inmiddels merken beiden dat ze het vanwege hun leeftijd iets rustiger aan moeten doen. Al vindt Wil dat Tineke dit in de praktijk niet bepaald laat zien. “Ik maak inderdaad nog steeds weken van zestig uur”, beaamt Tineke. “Maar sinds kort denk ik weleens: laat een ander zich er maar in vastbijten.”

Toch blijft de natuur het stel onophoudelijk fascineren. “Ik heb altijd vooral een passie voor vogels gehad,” vertelt Tineke, “maar de laatste tijd ben ik zo geïntrigeerd door sporen van dieren. Braakballen, skeletjes, dassenhaar, poep… Door deze sporen kun je zien welke zoogdieren allemaal leven in een gebied. Ik gebruik deze sporen in mijn educatielessen, maar hiervoor moeten ze wel goed bewaard kunnen blijven. Dus we hebben een vriezer vol braakballen en uitwerpselen.”

Voor Tineke en Wil is het de normaalste zaak van de wereld dat de diepvries wordt uitgezocht met de voorwaarde dat er ruimte is voor sporen. Net zoals het vanzelfsprekend is dat hun tuin een dichtbegroeide mini-biotoop is. “Anderen vinden zo’n tuin onderkomen. We hebben zelfs ooit de politie aan de deur gehad omdat een voorbijganger het zo verwaarloosd vond dat hij vreesde dat de bewoners het loodje hadden gelegd. Maar wij vinden dit mooi. We hebben ooit een bunzing met vier jongen in de tuin gehad, heel bijzonder. De buren hebben allemaal een ander soort tuin, maar dankzij ons kijken ze nu allemaal mee naar vogels. Geweldig toch?”

"Ik ben er trots op dat ik sceptici heb laten inzien dat het een meerwaarde is als oude vestingmuren begroeid zijn met bijzondere vegetatie."

terug naar overzicht