|
|
|
|
Cradle to Cradle, dé duurzame oplossing?
|
|
Project voor bovenbouwleerlingen
van het Havo en VWO
in Maastricht en regio
|
|
|
In
november 2007
organiseerde de Planet Prosperity Foundation in Maastricht een
Let’sCradle congres in Maastricht. Tijdens dit eerste grootschalige
congres over de Cradle to Cradle duurzaamheidfilosofie bleek dat Cradle
to Cradle met name ook jongeren aanspreekt. Cradle to Cradle is
perspectiefvol en geeft jongeren handvaten om op een innovatieve en
creatieve manier na te denken over een duurzame wereld. Vanuit dit
gegeven heeft het Centrum voor Natuur en Milieu Educatie (CNME)
Maastricht en Regio, aan Marion van der Kleij, Didactisch Advies,
gevraagd om voor de bovenbouw van de HAVO /VWO scholen voor Voorgezet
Onderwijs een onderwijsproject op te zetten waarbinnen leerlingen met
het Cradle to Cradle (C2C)-principe in hun eigen leefomgeving aan de
slag kunnen gaan.
|
Waarom een project voor scholen voor Voortgezet Onderwijs?
Onderwijsprojecten
over milieuproblematiek zijn natuurlijk niet nieuw. Gelukkig hebben
natuur en milieueducatiecentra de afgelopen decennia ervoor gezorgd dat
milieueducatie op het schoolcurriculum is blijven staan, ook in tijden
dat dit niet zo in de belangstelling stond. Maar deze projecten richten
zich meestal op het Primair Onderwijs. In het Voortgezet Onderwijs
wordt natuur- en milieueducatie veelal beperkt tot het programma dat
binnen het vak biologie binnen het reguliere programma wordt
aangeboden.
Mondiaal is de
afgelopen jaren de urgentie voor het zoeken naar oplossingen voor de
milieuproblematiek tot een ieder doorgedrongen. Jongeren horen
alarmerende berichten in de media en zijn natuurlijk doordrongen van
het feit dat dit met name hun eigen toekomst betreft. Veel scholen
hebben de afgelopen jaren de documentaire An Inconvenient Truth laten
zien en milieuproblematiek bespreekbaar gemaakt. Helaas biedt deze
documentaire niet de handvaten voor jongeren om na te denken over
structurele oplossingen.
|
De VPRO-documentaire Afval is Voedsel, waarin de Cradle to Cradle-filosofie in Nederland werd geĂŻntroduceerd, heeft in het bedrijfsleven en bij overheden, veel losgemaakt. Met name omdat het het doemdenken overstijgt en op een positieve manier mensen laat nadenken over een duurzame toekomst. Dit spreekt ook jongeren enorm aan. Maar ook vanuit een onderwijskundig oogpunt biedt C2C handvaten om aan de slag te gaan.
|
Hieronder een opsomming van de kansen van C2C voor het onderwijs:
|
|
*
|
Jongeren zijn bekend met milieuproblematiek (oa door An Inconvenient Truth)
|
|
*
|
Jongeren zijn praktische idealisten
|
*
|
Cradle to Cradle geeft jongeren handvaten om zelf aan de slag te gaan met hun eigen toekomst
|
*
|
Cradle to Cradle kan vanuit de vier bovenbouwprofielen benaderd worden:economie, techniek, natuur en cultuur
|
*
|
Cradle to Cradle geeft mogelijkheden om vakoverstijgend te werken
|
|
*
|
Cradle to Cradle geeft mogelijkheden om het bedrijfsleven en overheidsinstanties “de school in te halen”
|
*
|
Cradle to Cradle geeft mogelijkheden voor de leerlingen om dicht bij
huis milieuproblematiek te onderzoeken en oplossingen te bedenken
|
|
Aanpak van het project:
|
In mei 2008 stuurde het CNME een uitnodigingsbrief en een project beschrijving naar vijf scholen in Maastricht en regio. In de uitnodiging werd uitgelegd dat:
|
1
|
Docenten geen specialisten behoefden te zijn op het gebied van C2C
|
2
|
Dat het CNME begeleiding aanbood als dat op prijs werd gesteld, (verzorgen van inleidende workshop over C2C, het uitnodigen van gastsprekers uit het bedrijfsleven of vanuit de overheid voor gastlessen of begeleiding van docenten)
|
3
|
Het project mogelijkheden biedt om vanuit de verschillende profielen, economie, cultuur, techniek en natuur, te werken.
|
4
|
Vakoverstijgend werken een verrijking van het project kan betekenen
|
5
|
Het project zou worden afgesloten met een presentatiemiddag waarop de leerlingen van verschillende scholen elkaar konden informeren over hun eigen projecten
|
|
Voor uitnodigingsbrief zie bijlage 1
|
De realiteit voor de docent is dat hij/zij wordt overspoeld met ideeën voor projecten, lezingen en lesbrieven over allerhande onderwerpen en vanuit allerhande instanties. De kans dat de CNME-uitnodigingsbrief, met alle andere post in de papierbak zou verdwijnen is reëel. Om deze reden zijn de docenten en teamleiders ook nog een keer telefonisch benaderd. Drie van de vijf scholen gaven hierin aan in principe wel geïnteresseerd te zijn, maar dit tot na de zomervakantie uit te willen ste
lle
n.
|
Het lespakket (€75) bestaat uit:
|
|
|
Voor opdrachten bij documentaire, lesbrieven en brochure:
|
Cradle to Cradle Tentoonstelling, Cradle to Cradle, hype of toekomst, in Centre Céramique
|
In augustus 2008 werd duidelijk dat er in het Centre Céramique van 7 december 2008 tot 21 februari 2009 een tentoonstelling over Cradle to Cradle zou plaatsvinden. Dat gaf mogelijkheden om de tentoonstelling inhoudelijk aan het lesproject te koppelen.
|
In het najaar 2008 besloten drie scholen aan het project Cradle to Cradle, dé duurzame oplossing? deel te nemen. Elk op hun eigen manier:
|
Stella Maris College
Het Stella Maris College in Meerssen wou het project uitbouwen tot een happening voor de hele school. De school organiseerde op 20 januari 2009 een integraal project voor alle leerlingen. Voor een impressie van deze dag:
http://webtv.limburg.nl/services/player/bcpid1785302776?bclid=1785352357&bctid=8675238001
|
Brugklasleerlingen aan het werk op de tentoonstelling Cradle to Cradle, hype of toekomst in Centre Céramique
Het CNME organiseerde voor alle brugklassers van het Stella Maris College een C2C-dag in het Centre Céramique. Doel van deze dag:
*
|
Leerlingen bekend maken met C2C
|
*
|
Leerlingen op de tentoonstelling laten onderzoek wat bedrijven en overheid al doen op het gebied van C2C
|
*
|
Zelf na laten denken over een C2C product en dit presenteren via een
krantenartikel, poster, radiocommercial, youtube-filmpje of sms-bericht
|
Voor de presentatie en opdrachten voor deze leerlingen:
Tijdens de gemeenschappelijke presentatiemiddag op 29 januari 2009 presenteerden VWO-leerlingen van de bovenbouw van het Sint Maartenscollege een aantal bevindingen van workshops die op 20 januari dag zijn gehouden. Deze hadden met name betrekking op het afvalbeleid en de energiehuishouding van de eigen school.
|
Sint Maartenscollege
Leerlingen van het St Maartenscollege zijn in de zomer van 2008 naar Zuid-Afrika geweest voor het internationale Globe Learning Expedition. De docent die dit had georganiseerd was ook enthousiast om aan het CNME-project mee te werken. Leerlingen hadden voor het Globe Learning Expedition project de fijnstofproblematiek van hun schoolomgeving bestudeerd. De school ligt naast de verkeersader A2 die dwars door de stad loopt. Ook bestudeerden zij de gevolgen van zware industrie in de nabijheid van Maastricht. Tijdens de presentatiemiddag lieten ze zien,met indrukwekkende doorberekeningen, hoe met zonne-ernergie, aardwarmte en ondertunneling van de A2 de fijnstofproblematiek en het energieprobleem voor hun schoolomgeving kan worden opgelost. Een andere groep presenteerde de eerste plannen voor hoe zij het gebied rondom de school, een wijkontwikkelingsgebied in het kader van de ondertunneling van de A2, duurzaam zouden inrichten en opbouwen.
|
Bernard Lievegoed School
Leerlingen van de Bernard Lievegoed School, de Vrije School Stroom van het Bonnefanten College, zijn de mogelijkheden van Cradle to Cradle gaan onderzoeken binnen het vak kunstzinnige vorming. Zij probeerden met name antwoord te vinden op de vraag hoe verpakkingen, die toch een groot gedeelte vormen van onze afvalstromen, een tweede leven tegemoet kunnen zien
|
Resultaten en conclusies
Wij kunnen terugkijken op een succesvol project. Tijdens de presentatiemiddag op 29 januari 2009 bleek dat de uitwerkingen van de scholen even divers als verrassend waren. Voor deze middag was een opzet gekozen waarbij het leren van elkaars bevindingen centraal stond. Een panel (wethouder en vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven) gaf commentaar op de presentaties van de leerlingen. Ook konden de leerlingen en hun docenten van de verschillende scholen kennis nemen van elkaars uitwerkingen en ideeën uitwisselen. Leerlingen en docenten gaven aan dat zij graag vervolgstappen willen zetten om Cradle to Cradle een plaats te geven binnen het schoolcurriculum.
|
Verbeteringen
Dit project is neergezet als een pilot-project. In dat kader is het ook
goed om de verbeterpunten te benoemen.
Docenten
in het voortgezet onderwijs zijn moeilijk te benaderen. Als zij eenmaal
ergens enthousiast voor zijn is de tendens dat zij zelf gaan uitzoeken
hoe zij een project willen vormgeven. Vaak ook binnen hun eigen
vakgebied. Cradle to Cradle is een nieuw begrip, ook voor het
onderwijsveld. Ook binnen dit project bleek dat docenten, als ze
eenmaal besloten hebben om hiermee aan de slag te gaan, dit helemaal
zelf gaan / willen uitzoeken. Ondanks diverse aanbiedingen voor
ondersteuning en het aanbod van gastsprekers om de lessen te verdiepen.
Een volgend project zou dan ook moeten starten met een workshopmiddag voor docenten met als doel:
|
1.
|
Onderzoeken wat Cradle to Cradle is
|
|
2.
|
Onderzoeken wat Cradle to Cradle voor het eigen vakgebied kan betekenen
|
|
3.
|
Onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om vakoverstijgend te werken;
|
|
4.
|
Het bedrijfsleven bij het onderwijs te betrekken
|
|
5.
|
Het vervolgtraject binnen de school kunnen volgen en begeleiden
|
Marion van der Kleij,
Projectleider Cradle to Cradle, dé duurzame oplossing?
5 februari 2009
|
|